iedereen gelijk voor de wet? Neen

Voor de miljoenen burgers van dit land werden de pensioenen hervormd op 36 dagen tijd. Voor parlementsleden duurde de discussie meer dan twee jaar. Maar binnenkort komt er schot in de zaak. Het federaal parlement stemt dan een nieuwe pensioenregeling, naar het voorbeeld van het Vlaams parlement. “Op acht parlementsleden na worden de pensioenrechten gelijkgeschakeld met de miljoenen burgers van dit land”, zegt Peter De Roover (N-VA). “Dat blijkt toch niet helemaal waar”, antwoordt Kim De Witte (PVDA). “Alle parlementsleden die vandaag zetelen zullen nog steeds vervroegd op pensioen kunnen gaan”.

In 2015 bracht de PVDA aan het licht dat twee derde van de parlementsleden op hun 55ste met pensioen mogen gaan. “Pensioenminister Bacquelaine mag zelfs op 52 met pensioen gaan, net als minister van Werk Kris Peeters”, onthulde PVDA-pensioenspecialist Kim De Witte. Deze ministers trekken dan ook nog eens 4.250 euro netto pensioen per maand.

De regeringspartijen beloofden dat zij deze ongelijkheid onmiddellijk zouden aanpakken. Maar twee jaar later was er nog niets gebeurd. De hervorming bleek een harde noot om kraken. “Als het over hun eigen rechten gaat dan is er blijkbaar meer discussie nodig”, zei Peter Mertens in het VTM journaal.

De PVDA lanceerde begin juli een pensioenteller. De teller staat vandaag op twee jaar en tien dagen. Nu komt het bericht dat de pensioenen van de federale parlementsleden zullen hervormd worden naar het voorbeeld van het Vlaams parlement. “De pensioenrechten van parlementsleden worden gelijkgeschakeld met de miljoenen burgers van dit land”, zegt Peter De Roover (N-VA).

Maar dat blijkt toch niet helemaal waar. Voor alle parlementsleden die voor het eerst verkozen worden in 2019 wordt de pensioenleeftijd geleidelijk opgetrokken naar 67 jaar. Maar voor alle parlementsleden die reeds verkozen zijn, blijven alle pensioenrechten die zij tot 2019 hebben opgebouwd vervroegd opeisbaar vanaf 62 jaar (of 60 jaar voor alle 50-plussers). Geen detail: een parlementair bouwt tijdens één mandaat bijna evenveel pensioen op als gewone werknemers over 45 jaar.

“De wet is dus nog steeds niet gelijk voor alle burgers”, betreurt Kim De Witte. “Als we deze regeling toepassen op jou en mij, dan zouden wij ook mogen vertrekken op 60 of 62 met de pensioenrechten die we hebben opgebouwd tot 2019. Dat is niet het geval. De ambtenaren, werknemers en zelfstandigen van dit land mogen vanaf 2019 ten vroegste vertrekken vanaf 63 jaar, op voorwaarde dat ze 42 jaar gewerkt hebben. Wie minder dan 42 jaar gewerkt heeft, moet actief blijven tot 65 jaar (en binnenkort tot 66 jaar en nadien tot 67 jaar).”

Deze hervorming blijft getuigen van twee maten en twee gewichten, waarbij men aan de verworven rechten van miljoenen burgers raakt, maar niet aan de verworven rechten van een kleine groep parlementairen. “Waarom zouden we de logica voortaan niet omkeren?”, vraagt De Witte. “Elke maatregel die parlementsleden willen opleggen aan de inwoners, moeten ze eerst toepassen op zichzelf. Het debat over langer werken versus de welvaart eerlijker verdelen zou veel breder gevoerd zijn. De beslissing om het pensioen op te trekken tot de leeftijd van 67 jaar zou er misschien nooit gekomen zijn.”

 

Foto Belga


Schrijf als eerste een commentaar

Gelieve je mail te bekijken voor een link om je account te activeren.

Vul je postcode hieronder in en start de bevraging