Josef Wöss: “Jongeren degelijke jobs geven is veel efficiënter dan ouderen langer aan het werk houden”

Josef Wöss is sinds 1997 voorzitter van de afdeling Sociale Politiek van de Weense Arbeidskamer en kent het Oostenrijkse pensioenstelsel als geen ander. Hij geeft geregeld lezingen in Duitsland en is een van de bekendste pensioenspecialisten in Europa. We hadden een gesprek met hem over de Oostenrijkse pensioenen, rechtse regeringen en de pensioenarmoede in Duitsland.

Josef Wöss was onlangs in België en woonde er een studiedag van Hart boven Hard bij. Hij had daarna even tijd voor een gesprek. Terwijl de Belgische regering de pensioenen met de botte bijl hervormt, blijven die in Oostenrijk stevig overeind. Er kwamen wel kleine aanpassingen, maar de basisprincipes blijven: een wettelijke pensioenleeftijd van 65 jaar, zelfs 60 jaar voor vrouwen, mogelijkheden om vervroegd uit te stappen, gelijkgestelde periodes. In Oostenrijk staat het pensioen garant voor een waardige oude dag. Voor de mannen bedraagt dat gemiddeld 1.850 euro per maand tegenover amper 1.250 euro in België.

Het Oostenrijkse pensioenstelsel is een van de beste in Europa en krijgt daardoor meer en meer belangstelling. Zijn er nooit aanvallen op geweest?

Josef Wöss. Toch wel. In 2004 probeerde de toenmalige rechtse regering dezelfde Lissabon-strategie toe te passen als in andere Europese landen. Maar ze botste op onverwacht veel weerstand. De vakbonden trokken een brede beweging op gang en de regering moest zwichten. Ze kreeg bij de volgende verkiezingen klappen. Dat staat in het geheugen van de politici gegrift. Ze vinden het een te groot politiek risico de pensioenen af te bouwen. In 2016 kwam er zelfs een bijkomende garantie: wie maar 30 jaar heeft bijgedragen, krijgt toch minstens 1.000 euro pensioen. Het ging over relatief weinig mensen, maar de maatregel was toch belangrijk, bijvoorbeeld voor vrouwen die lange tijd huistaken en geen betaald werk uitvoerden.

Vreest u niet dat de nieuwe rechtse regering in Oostenrijk aan de pensioenen gaat morrelen?

Josef Wöss. Tot nog toe heeft ze geen concrete maatregelen in die richting voorgesteld. Ik denk dat ze zich vooral wil profileren rond de vluchtelingen. Rond de pensioenen blijft ze voorlopig in het vage. We mogen niet vergeten dat de rechts-populistische partijen in verschillende landen in het gat springen dat de traditionele partijen laten. In Polen bijvoorbeeld draaide de regering van de rechts-populistische PiS de pensioenleeftijd terug van 67 jaar naar 65 jaar. En ze maakte de privatisering ongedaan: het geld van de private pensioenfondsen gaat nu weer naar de wettelijke pensioenen. Die omslag is er gekomen onder druk van de Poolse bevolking. Je kan zeggen dat de straat het won van de pluchen zetels, toch op het vlak van de pensioenen. Dat zijn dingen die in de grote media geen aandacht krijgen.

Oefenden de Europese Unie en de private pensioenfondsen geen druk uit om ook bij jullie de wettelijke pensioenen te verlagen en de pensioenleeftijd te verhogen?

Josef Wöss. In haar jaarlijkse ‘aanbevelingen’ stuurt de Europese Commissie daar op aan, maar iedereen zwijgt erover, ook de regering. De regering antwoordt zelfs niet op die aanbevelingen. Omdat ze beseft dat het in Oostenrijk bijzonder gevoelig ligt als je aan de wettelijke pensioenen raakt. De private pensioenfondsen krijgen dan ook nauwelijks voet aan grond. Ze beheren amper 4% van alle pensioengelden. De mensen zijn niet geïnteresseerd  om meer geld in een privaat pensioenfonds te steken, de wettelijke pensioenen volstaan voor hen. Alleen voor de heel lage inkomens kan extra privésparen een voordeel opleveren. De regering overweegt dat met subsidies te ondersteunen. Het is de enige kleine opening die de private pensioenfondsen vonden. Nee, het wettelijk stelsel staat bij ons sterk.

Zijn jullie hoge pensioenen op lange termijn wel betaalbaar?

Josef Wöss. Volgens de langetermijnberekeningen van de Europese Commissie blijft ons Oostenrijks stelsel gezond en betaalbaar. Wij behoren op dat vlak zelfs bij de besten in Europa. Maar betaalbaarheid is geen kwestie van neutrale cijfers, maar van keuzes. De vraag is: ‘Waar geven we als samenleving prioriteit aan?’ Oostenrijk kiest ervoor om te investeren in zijn pensioenen, om de ouderen rust en tijd te geven na een leven lang werken. De mensen houden daaraan vast.

Die keuze kan je niet los zien van veel andere keuzes, op de eerste plaats inzake de arbeidsmarkt. De arbeidsmarkt is cruciaal voor het pensioenbeleid. Het komt erop aan zoveel mogelijk degelijke jobs te creëren en te behouden en deeltijdse en tijdelijke contracten zoveel mogelijk te weren. Op die manier dragen werknemers in hun loopbaan meer bij aan de sociale zekerheid dankzij voltijdse, vaste jobs en geraken ze ook aan een volwaardige loopbaan zonder langer te werken. Jongeren komen op de arbeidsmarkt en willen na een tijdje wel weten waar ze aan toe zijn. De combinatie van precaire contracten en negatieve pensioenhervormingen zorgt voor grote onzekerheid.  Dan blijven jongeren niet langer geloven in het pensioenstelsel en keren ze zich ervan af.

Nu ligt de focus in Europa op de ouderen langer doen werken. Terwijl die focus moet gaan naar de hele loopbaan, naar de verbetering van de kansen op een goed werk, met aandacht voor gezondheid, sociale dialoog en klimaat. Zo kunnen we iedereen aan boord houden, jong en oud.

Er bestaat in Oostenrijk wel een grote kloof tussen het pensioen van de mannen en dat van de vrouwen. Hoe komt dat?

Josef Wöss. Dat ligt niet zozeer aan de pensioenberekening zelf, maar aan de loopbanen van vrouwen. Vrouwen zijn vaker en langduriger werkloos. En in de bedrijven is de positie van vrouwen vaak lager dan die van mannen. Dat zijn punten waar het arbeidsmarktbeleid dringend moet aan werken.

Hoe staat u tegenover het pensioen met punten van Duitsland?

Josef Wöss. Het is een ramp. De Duitse vakbonden consulteren me regelmatig, ze willen leren van het Oostenrijkse stelsel. In Duitsland stelt het wettelijk pensioen niet veel meer voor. Heb je een gemiddeld loon, dan moet je maar liefst 48 jaar voltijds werken om aan een wettelijk pensioen boven de armoedegrens te geraken. Zit je onder dat gemiddeld loon, dan heb je daarvoor soms zelfs een loopbaan van 54 jaar nodig. Het Duitse pensioensysteem doet niet meer wat een pensioen moet doen: een vervangingsinkomen bieden aan ouderen na hun loopbaan. De Duitse vakbonden vinden de situatie onhoudbaar en willen weten hoe het anders en beter kan. Ze bestuderen het Oostenrijkse pensioensysteem en informeren hun achterban erover.


1 reactie

Gelieve je mail te bekijken voor een link om je account te activeren.
  • Nicole Heindryckx
    heeft gereageerd 2018-11-01 01:38:35 +0100
    Wat het pensioensysteem in Duitsland betreft : ronduit schandalig. Welke mens kan er nu 48 jaar werken ? Of zelfs 54 als je onder het gemiddeld loon zat ? Stel dat je indertijd op je 16 begon te werken, dan kan je pas met pensioen gaan op je 70 (ZEVENTIG) want 16 + 54 is volgens de “gewone” wiskunde nog altijd 70. Dus zijn die nog zotter dan hier in België.

    Nu wat onze pensioenen betreft wil ik mij buigen over het probleem van de “voltijdse” loopbaan van een vrouw. De meesten onder ons, die nu rond 65/70 jaar draaien, die zijn een paar jaar thuisgebleven om te zorgen voor onze kind/eren. Dat heeft de Staat een schoon pak centen bespaard. Wij als vrouw hadden geen inkomen, en de Staat moest geen creches bouwen of bijbouwen. Infrastructuur & personeel waren een serieus kostenplaatje. Wat de ouders per dag moesten betalen, was een habbekrats in vergelijking met de werkelijke kostprijs. Door die jaren dat wij zelf voor onze kinderen hebben gezorgd, hebben wij NU GEEN VOLLEDIGE LOOPBAAN. Bedankt Belgische Staat !!!! Velen van ons hebben zich ook een aantal jaren ingezet om voor een zieke ouder / schoonouder te zorgen. Lap, alweer een paar jaar minder op onze C.V. En dat terwijl wij de Belgische Staat weer een schone cadeau gaven, want er was minder behoefde aan rusthuizen en personeel, etc… Dus voor ons alweer een snee in onze geldbeugel, en een dikke spaarcent voor de Staat.

    Als bediende kwam je dan niet meer aan de bak, want door de computer was alles danig veranderd dat wij niet meer bij waren, en ook zou ons loon veel te hoog zijn, ingevolge onze leeftijd. Dus moesten we (meestal in de zorg of zo) terug aan de bak, tegen hetzelfde loon van iemand van 18 jaar, aangezien wij als arbeidster geen anciënniteit hadden opgebouwd en niet onder hetzelfde CAO vielen.. Ik heb het zelf meegemaakt, en ik moet zeggen : HET WAS VLAKAF DEGOUTANT !!! Maar omdat mijn man toen al chronisch ziek was kon ik niet anders dan gaan werken, dus maar aan een hongerloon. Nu heb ik een pensioentje dat amper boven het minimum ligt.
    Nu is er nog iets waar ik mij al jaren zeer kwaad in maak. Elke maand dat iemand gewerkt heeft, is er een bijdrage ingehouden op zijn loon, als spaarpotje voor zijn pensioen later. Ik kan nu geen cijfers meer bovenhalen, doch al bij al heb ik toch vele jaren elke maand een bedrag in dat spaarpotje gestopt. En die centjes hebben intresten opgebracht voor de Belgische Staat ook, en die waren indertijd NIET MINNETJES !!. Dan vraag ik mij af : WAAROM wij op dat armtierig pensioentje OOK NOG EENS BELASTINGEN MOETEN BETALEN. Een pensioen is GEEN inkomen. Het is de terugbetaling, in maandelijkse schijven, van ONZE eigen spaarcenten !!!
    De laatste decennia zijn er steeds minder mensen die een 10/15 jaar voor hun pensioenleeftijd overlijden aan hartkwalen, kanker, e.d. dit omdat wij bewuster zijn gaan leven o.a. eten / drinken, en ook door de vooruitgang in de geneeskunde. Als je als vrouw zelf nog ging werken was het weduwepensioentje dat je ontving, een klein paaseitje met een supergrote strik rond. En waar blijft dan de rest ?? In de zakken van één of andere minister ??
    Conclusie : er moet dringend iets gedaan worden aan die lage pensioenen. Zeker voor de alleenstaanden, en voor de mindervalide of chronisch zieke gepensioneerden.
    Want : wat ze in Oostenrijk kunnen, dat moeten wij toch ook kunnen of niet soms ?? Hebben die een ander wiskundig stelsel dan wij ? Ik denk dat niet. Wat die Mr. Josef Wöss zegt, daar kan ik mij volledig in vinden. Nu komen massa’s jongeren van school af, met een schone diploma en beginnen enthousiast te solliciteren. Enthousiasme zakt al snel tot beneden het vriespunt, want gepast werk kunnen ze niet vinden. Ze moeten dan ofwel één of andere gewone arbeiders job aannemen, of gaan stempelen. De schoolwijsheid slinkt met de dag en deze jongeren kunnen ZELFS GEEN ERVARING OPDOEN, wat de bazen toch zo graag hebben. En dan de wiskunde vraag van vandaag : een arbeider van 63 jaar, met een volledige loopbaan, die verdient een serieus uurloon. Daartegenover staat dat een jongere veel en veel minder verdient. Dat zou al een pak verschil uitmaken bij het berekenen van de kostprijs van onze exportgoederen. Nu hoor je altijd : ja, maar onze lonen zijn te hoog in vergelijking met onze buurlanden. Dat is al lang dikke zever. En als wij dan ook nog eens de gemiddelde leeftijd van onze werknemers zouden verlagen, door jongeren tewerk te stellen in plaats van de oudere garde nog eens 2 jaar langer te laten werken, dan zou dat nog eens een flink pak gaan schelen. Natuurlijk moeten ze die oude arbeider een paar jaar langer pensioen uitbetalen, maar wordt dat niet gecompenseerd doordat die schoolverlaters niet of veel minder lang gaan stempelen. Soms stel ik mij de vraag of er nu echt zo weinig politiekers zijn die logisch kunnen nadenken, of welke andere duistere redenen er zijn om zo te knoeien !! Want geef nu toe : knoeien dat kunnen ze als de beste.