Openbare diensten: regering “erkent” zware beroepen … om ons langer te doen werken

Eind 2017 diende minister van Pensioenen Daniel Bacquelaine (MR) een wetsontwerp in over de erkenning van de zware beroepen. Met zijn plannen viseert de minister werknemers uit zowel de publieke sector als de privésector.

In 2015 trok de regering de pensioenleeftijd op tot 67 jaar. Een beslissing die een meerderheid van de Belgen tot op de dag van vandaag weigert te aanvaarden. ”Maar geen nood”, zei de regering, “wie een beroep uitoefent dat als zwaar erkend wordt, kan nog steeds vroeger met pensioen.” Veel werknemers uit de publieke en de private sector hopen dat hun beroep als zwaar wordt erkend om zo toch nog voor hun 67 te kunnen stoppen. De minister van Pensioenen diende op 22 december 2017 een voorontwerp van wet in voor de statutaire werknemers van de publieke sector (spoorwegpersoneel, leraren, gemeentelijke administraties …)

Wij konden de hand leggen op de tekst van dat voorontwerp (hier te downloaden). En wat blijkt? Het is vooral een rookgordijn om ons langer te laten werken. Ja, sommigen zullen misschien voor 67 jaar met pensioen kunnen vertrekken, maar dat zullen er maar zeer weinigen zijn, want de de lijst is heel kort. En wie vroeger vertrekt, lijdt serieus inkomensverlies. Overigens zal niemand voor zijn 60 kunnen vertrekken, zelfs niet wie een zeer zwaar beroep uitoefent. Vooral spoorpersoneel en leraars zijn de dupe.

Het huidige systeem

Ter herinnering, vóór de regering-Di Rupo (2011-2014) konden alle werknemers na 35 jaar werken vanaf 60 met vervroegd pensioen gaan (de normale pensioenleeftijd lag toen nog op 65 jaar en voor een volledig pensioen moest je 45 jaar gewerkt hebben). De regering-Di Rupo had dat al aangepast: vanaf 2022 is vervroegd pensioen alleen nog mogelijk vanaf 60 jaar als je 44 jaar gewerkt hebt en vanaf 63 jaar als je 42 jaar gewerkt hebt. Maar sommige werknemers in de overheidssector konden nog altijd genieten van de zogenaamde preferentiële tantièmes.(1) Zij konden vroeger met pensioen gaan, met een volledig (of bijna volledig) pensioen. Zo kunnen bijvoorbeeld niet-reizende spoorwegbeambten (spoorleggers, seingevers, werknemers van de ateliers, kantoren, enzovoorts) na 41 dienstjaren stoppen en een volledig pensioen krijgen.(2) Bij het “rijdend personeel” (machinisten, treinbegeleiders) kunnen ze op 55-jarige leeftijd stoppen na een loopbaan van 30 jaar.

Niet voor 60 jaar

Minister van Pensioenen Bacquelaine draait de klok verder terug. Vanaf 2019 is het vervroegd pensioen pas mogelijk op 63 jaar na 42 jaar loopbaan (of een beetje vroeger voor een zogenaamde lange loopbaan: 43 en 44 jaar). Bovendien is de minister bezig met de geleidelijke afbouw van alle mechanismen waardoor het rijdend personeel van de NMBS en militairen voor de leeftijd van 60 (i.p.v. 55 of 56) kunnen vertrekken.

In naam van een ‘harmonisering’ van de private en de publieke sector wil Bacquelaine vertrek voor 60 jaar onmogelijk maken. Zo wil de minister ook een einde maken aan vervroegd pensioen op 58-jarige leeftijd in de privésector.

Zakken legen en kruimels geven

“Ja, maar we zullen rekening houden met de zware beroepen”, zegt de minister. Maar de regering voegde daaraan toe: “De kostprijs van de erkenning van de zware beroepen moet lager liggen dan wat de afschaffing van de preferentiële tantièmes (en de verhogingscoëfficiënten) en de speciale regimes (militairen en NMBS) opbrengt.” De regering gaat nog een stap verder: “In totaal moet de hervorming zware beroepen in de openbare sector in 2060 een gecumuleerde besparing geven van 2,5 miljard euro.” Vertaald: het recht van sommigen met een zwaar beroep om een beetje vroeger met pensioen te gaan, zal volledig betaald worden door een verlaging van de pensioenen in het spoor en het onderwijs (preferentiële tantièmes) en door de afschaffing van de sociale verworvenheden van de militairen en het rijdend personeel van de NMBS. Er wordt dus serieus wat geld uit de enen hun zakken genomen, om in ruil enkele kruimels in andere zakken te steken.

Iedereen minder

En het pensioenbedrag? Dat zal nog meer pijn doen: alle tantièmes (NMBS, onderwijs …) worden afgeschaft vanaf 2019. Voor de voorgaande jaren, wordt het tantième behouden. Voor de periode na 2019, wordt overal gewerkt met 60sten. Minister Bacquelaine zou “werken willen belonen” met een “zwareberoepenbonus”: wie vroeger met pensioen kan maar toch blijft werken, zou een bonus krijgen. Maar dat mag het pensioen nooit hoger brengen dan het maximum van 75%. “Werken om meer te verdienen?” Niet is minder waar. Het zal zijn “werken om minder te verdienen of in het beste geval hetzelfde te verdienen als voordien”.

Leerkrachten

De minister legt uit: “De emotionele of mentale werkbelasting op zich kan geen criterium zijn voor de erkenning als zwaar beroep.” Waarom? Om de mensen uit het onderwijs buiten het systeem van de zware beroepen te houden, want dit is het enige criterium waarop leerkrachten zich kunnen beroepen. Door voor de erkenning van hun beroep als zwaar beroep dit criterium te koppelen aan een van de andere drie, sluit de minister de deur voor de leerkrachten. Zij worden dus alweer het kind van de rekening. Na de afschaffing van de diplomabonificatie, worden nu ook hun preferentiële tantièmes afgeschaft, waardoor ze een deel van hun pensioen verliezen en daarbovenop kunnen ze niet erkend worden als zwaar beroep.

Kwart nieuwe leerkrachten geeft het op na een jaar

In november wezen duizend vakbondsafgevaardigden uit het onderwijs er tijdens een colloquium in Luik nog op hoe zwaar hun beroep is en verdedigden ze hun huidige pensioenregeling. Uit een enquête van de vakbonden bleek dat 95% van de leerkrachten vindt dat zijn beroep vandaag zwaarder is geworden. Een voorbeeld: tijdens een les van 50 minuten moeten leerkrachten zo’n 800 tot 1.200 interacties met hun leerlingen begeleiden. Gevolg: 25% van de jonge leerkrachten houdt het na een jaar voor bekeken en dat cijfer loopt op tot 40% na vijf jaar. De afschaffing van de erkenning als zwaar beroep zou het pensioen van leerkrachten verminderen met ongeveer 170 euro netto per maand.

Gevolgen voor rijdend personeel NMBS

De doelstelling van de NMBS is om tussen nu en 2039 tot dezelfde situatie te komen voor het rijdend personeel. In plaats van te kunnen stoppen op 55 jaar, na 30 jaar werken, zullen ze moeten werken tot hun 63 jaar na 42 jaar dienst. Uit angst voor een felle reactie van de treinbegeleiders en treinbestuurders, liet de minister een lange overgangsperiode toe. Tijdens die periode kunnen ze nog met pensioen voor hun 60 … op papier. Want vanaf 2019 worden de voorwaarden van de dienstjaren opgetrokken tot 38 jaar voor de “normale diensten” (om te vertrekken op 56 jaar), en tot 40 jaar voor de lange diensten (vertrekken op 55 jaar). In feite zal de pensioenleeftijdsgrens voor het rollend personeel dus snel de hoogte ingaan.


Hoe wordt een zwaar beroep erkend (of niet)?

Er is nog niks beslist, op één belangrijk punt na: het financiële kader. Wat vast staat is dat het systeem tussen nu en 2060 zo’n 2,5 miljard euro moet opbrengen. De minister legde vier criteria vast om te oordelen of een beroep zwaar is: belastende werkomstandigheden (bijvoorbeeld: zware lasten tillen), belastende werkorganisatie (bijvoorbeeld: nachtarbeid), verhoogde veiligheidsrisico’s en de emotionele of mentale werkbelasting (bijvoorbeeld: stress). Je zult ook een aantal jaren (minimaal vijf) een zwaar beroep hebben moeten uitoefenen om die periode als zware arbeid te laten erkennen. Als een deel van de loopbaan erkend wordt als zware arbeid, zal enkel op die periode een (vermenigvuldigings)coëfficiënt worden toegepast (en dus niet op de rest van de loopbaan). Afhankelijk van het feit of voldaan is aan een, twee of drie van de criteria, wordt de gebruikte coëfficiënt 1,05; 1,10 en 1,15. Een jaar zware arbeid zal dus per jaar berekend worden aan 1,05, 1,10 of 1,15.

Een ander groot verschil met de huidige wetgeving: de periodes waarop de coëfficiënt mag worden berekend worden beperkt. Het zal daarbij enkel gaan om de periodes die “effectief werden gepresteerd” en de periodes van het wettelijk verlof. Gerechtvaardigde onderbrekingen van de loopbaan tellen dus niet langer mee.

De financiering van dit systeem van zware arbeid en van de overgangsperiode is helemaal niet gegarandeerd. De voorziene enveloppe zal bijzonder klein zijn. Het “echte” debat moet nog beginnen: wie zal er op de lijst staan en wie niet?


Hetzelfde schuitje

De pensioenhervorming treft de hele werkende bevolking. De overheid schaft voor de ambtenaren de mogelijkheid af om te vertrekken voor de leeftijd van 60 jaar en ze pakt tegelijkertijd het burgpensioen voor werknemers in de privésector aan. Dit heeft vooral een impact op grote privésectoren waar vandaag nog een brugpensioen op 58 geldt voor band- en ploegenwerkers (de metaal, de chemie, de luchthaven...) Het verhogen van de leeftijd voor het brugpensioen van 58 naar 60 jaar zou al kunnen ingaan vanaf 2019, zoals voor de zware beroepen. Sommigen willen nog verder gaan: in Het Laatste Nieuws van 10 januari pleit de N-VA voor een volledige afschaffing van het systeem van de brugpensioenen.


Spoorlegger John

John is spoorlegger en begon op zijn 20ste te werken. Als het beroep van spoorlegger als zwaar wordt erkend met een coëfficiënt van 1,1 (twee criteria, wat verre van zeker is gezien het budget), zou hij op zijn zestigste, na 40 jaar dienst met pensioen kunnen gaan (berekend als 40 x 1,1 = 44). Hij beantwoordt dus aan de voorwaarden voor een lange carrière: 60 jaar en 44 jaar dienst. Maar de coëfficiënt wordt ENKEL toegepast op de periodes dat hij effectief als spoorlegger aan de slag was en de wettelijke verloven die hij in die periode opnam. Alles wat daar buiten valt (misschien was hij eens ziek, nam hij loopbaanonderbreking om voor zijn kinderen te zorgen of werd hij op zijn 50ste gereclasseerd in een andere job, enz.). John moet dus een “perfecte” loopbaan kunnen aantonen. En wat John nog het meeste zal voelen is uiteraard het bedrag van zijn pensioen. Omdat alle gunstige loopbaanbreuken werden afgeschaft, zal hij, als hij op zijn 60ste vertrekt, met een kleiner pensioen tevreden moeten zijn (40/60ste). Als hij een volledig pensioen wil (75%) zal hij vele jaren langer moeten werken. John staat dus voor een onmogelijke keuze: ofwel vertrekt hij vroeger met een kleiner pensioen ofwel blijft hij zijn zware job verder uitoefenen om een beter pensioen te verwerven.


Weg effenen voor pensioen met punten

Met het vastleggen van de zware beroepen bereidt de regering een nog veel grotere aanval voor: het pensioen met punten. Dat zal de hele werkende bevolking raken. Een liberaal parlementslid noemde het “de grootste pensioenhervorming sinds de Tweede Wereldoorlog”. Om haar slag thuis te halen, moet de regering ter voorbereiding het hele pensioensysteem aanpassen, en daar komt het dossier van de zware beroepen om de hoek loeren. De manier waarop de regering de erkenning van zware beroepen wil opleggen aan de werkende bevolking maakt deel uit van haar globale plan. Alles berekenen in “punten” en “coëfficiënten” stemt perfect overeen met de algemene logica van het pensioen met punten.

Een twijfelende regering ...

In een vertrouwelijk rapport dat circuleert tussen verschillende ministeriële kabinetten vraagt een kabinet aan de minister van Pensioenen of het mogelijk is om zijn hervorming nog tijdig in te dienen. Die antwoordt: “Dat zal mogelijk zijn als er zich geen problemen voordoen.” Met problemen doelt hij op een betoging zoals die van 19 december 2017 die de regering aan het twijfelen zette. Een krant titelde: “De regering aarzelt met het pensioen met punten.” Binnen de regering groeien de tegenstellingen als gevolg van de beginnende sociale beweging rond dit thema. De sociale beweging kan de regering haar pensioenhervorming doen inslikken als ze de druk hoog blijft houden via een brede interprofessionele beweging. En dan kan de hele handel de prullenmand in: het pensioen met punten, de zware beroepen en de aanval op het brugpensioen!

1. Een tantième is een breuk. Ze is zeer belangrijk voor de berekening van het pensioen. Bij ambtenaren wordt er gerekend met 60sten. Wie 45/60ste haalt krijgt een volledig pensioen (zie verder). Voor sommige categorieën werkt men met een lager tantième (bijvoorbeeld 55 zoals het niet-reizende personeel van de NMBS en leraren). Dan geraak je sneller aan een volledig pensioen.
2. In de overheidsdienst bedraagt het volledige pensioen 75% van het gemiddelde salaris van de laatste 10 jaar (laatste 4 jaar voor spoorwegpersoneel).


1 reactie

Gelieve je mail te bekijken voor een link om je account te activeren.
  • publiceerde deze pagina in Pensioendossier 2018-02-08 12:12:31 +0100