Slechte punten voor ons pensioen

In tegenstelling tot wat velen denken zijn de Belgische pensioenen bij de laagste in vergelijking met het buitenland. En het nieuwe puntensysteem dat op tafel ligt in de Nationale Pensioenconferentie zal onze pensioenbedragen wellicht niet verhogen.

Na de optrekking van de pensioenleeftijd wil de regering Michel sleutelen aan de omvang van uw pensioen. De discussie ligt op tafel in de Nationale Pensioenconferentie. Geruchten doen de ronde en wekken veel ongerustheid op. Het voorstel van de regering is om de pensioenen te koppelen aan de overheidsfinanciën, de gemiddelde levensverwachting en het gemiddelde loon.

De pensioenen in België behoren tot de laagste van West-Europa. Een werknemer in België krijgt een pensioen dat overeenkomt met 60 procent van het gemiddelde loon over een loopbaan van 45 jaar. Wie niet zo lang gewerkt heeft, krijgt minder dan 60 procent.

Een werknemer in Duitsland krijgt 67 procent en dat al na een loopbaan van 35 jaar. Een werknemer in Frankrijk krijgt 50 procent van het gemiddelde van de 25 best betaalde jaren plus daarbovenop een maandelijkse premie tussen de 200 en 2000 euro, afhankelijk van het vroegere loon.

Het verschil in berekening heeft tot gevolg dat een werknemer in België minder pensioen trekt, ook al heeft hij even lang gewerkt en evenveel verdiend als een werknemer in Duitsland of Frankrijk. Een voorbeeld: als Jan is beginnen werken in 1977 voor een loon van 7.500 euro per jaar en in 2016 op pensioen gaat (na 38 jaar), met een eindloon van 45.000 euro per jaar, dan zal hij in België 1.155 euro per maand pensioen hebben, in Duitsland 1.290 euro en in Frankrijk 1.653 euro.

Voor iemand met dezelfde loopbaan en dezelfde loonevolutie is het Belgisch pensioen dus 11 procent lager dan in Duitsland en 43 procent lager dan in Frankrijk. De armoede onder onze gepensioneerden is dan ook dubbel zo groot als in Frankrijk en groter dan in Duitsland. De hoofdoorzaak ligt bij onze lage pensioenrechten, niet bij langer of korter werken.

Nu wil de regering de huidige berekening van de pensioenen vervangen door een puntensysteem. Het motief lijkt niet veel met pensioenversterking te maken te hebben. Het regeerakkoord geeft de “houdbaarheid van de overheidsfinanciën” op als eerste reden. Hoe gaat zo’n puntensysteem juist in zijn werk?

Puntensysteem

In het systeem dat de regering wil invoeren zouden werknemers, ambtenaren en zelfstandigen punten verzamelen op jaarbasis. Die punten komen dan op een individuele rekening te staan. Het aantal punten dat je opbouwt, hangt af van het loon dat je verdient en het aantal jaren dat je werkt. Als een werknemer gedurende een bepaald jaar evenveel verdiend heeft als het gemiddelde van alle werknemers, dan krijgt hij één punt. Heeft hij meer verdiend, dan krijgt hij meer. Heeft hij minder verdiend, dan krijgt hij minder.

Je kan punten krijgen voor een periode van niet-activiteit zoals ziekte, invaliditeit, zwangerschap, tijdskrediet, werkloosheid,…. In het huidige pensioensysteem worden die periodes gelijkgesteld aan gewerkte periodes. Dat zal onder het puntensysteem veranderen: het regeerakkoord geeft aan dat er een striktere band moet komen tussen de effectieve arbeidsprestaties en de hoogte van het pensioen. Met andere woorden: een aantal gelijkgestelde periodes zullen minder punten opleveren. Het pensioen zal daardoor dalen.

Je kan extra punten krijgen als je een zwaar beroep uitoefent of als je doorwerkt na een bepaalde leeftijd. Je kan ook opgebouwde punten verliezen als je stopt met werken vóór een bepaalde leeftijd. Van pensioenbonus naar pensioenmalus: de wortel wordt een stok.

Hoeveel een punt waard is in euro, zal afhangen van drie factoren: de overheidsfinanciën, de levensverwachting en de evolutie van de inkomens uit arbeid. Als de overheidsfinanciën verslechteren, dan zal de euro-waarde van een pensioenpunt dalen. Dat gebeurt ook als de gemiddelde levensverwachting stijgt of als het gemiddelde inkomen uit arbeid daalt.

De impact op uw pensioen?

Welke invloed zullen deze drie factoren hebben op uw pensioen? De overheidsfinanciën zullen volgens mij eerder een neerwaartse druk uitoefenen op de omzetting van de pensioenpunten in euro’s. De kans dat de begroting in de nabije toekomst rooskleurig wordt, lijkt niet erg groot.

In de jaren 1980 zei Wilfried Martens al dat we het einde van de besparingstunnel in zicht hadden. Ruim 30 jaar later is het nog altijd even donker in begrotingsland. De subsidies aan de banken en de bedrijven hebben de staatsschuld terug boven de 100 procent van het bruto binnenlands product gedreven. De intrestlasten en de afbouw van die schuld zullen we nog lang meedragen. De hamvraag is dan ook: waarom zouden we de subsidies aan de banken betalen met een verlaging van ons pensioen?

Ook de gemiddelde levensverwachting zal geen positieve invloed hebben op de hoogte van uw pensioen. De gemiddelde levensverwachting stijgt. Dat doet de waarde van de pensioenpunten dalen. Zo komen we in de absurde situatie terecht dat de positieve evolutie van het langer leven automatisch wordt vertaald in een negatieve evolutie van het inkomen van onze ouderen. Hoe langer we leven, hoe armer onze gepensioneerden. Is dat nu echt het mechanisme dat wij willen installeren voor onze kinderen?

Tenslotte de derde factor: het gemiddelde loon. Als het gemiddelde loon stijgt, maar uw loon gelijk blijft – omdat bijvoorbeeld alleen de hoogste lonen sterk stijgen – dan zal je minder punten krijgen en daardoor ook minder pensioen. Als het gemiddelde loon daalt, maar uw loon gelijk blijft – omdat bijvoorbeeld vooral de lage lonen uitbreiden – dan zal je meer punten krijgen en daardoor ook meer pensioen (als jouw loon gelijk is aan het gemiddeld loon, dan krijg je één punt; als het hoger is dan het gemiddeld loon, dan krijg je meer punten).

Maar: als het gemiddelde loon daalt, dan zal ook de waarde van een pensioenpunt dalen. De waarde van het pensioenpunt op het ogenblik van pensionering zal afhangen van het gemiddeld loon op dat ogenblik. Een stijging of daling van het gemiddelde loon kan dus positieve en negatieve gevolgen hebben op uw pensioen.

Hoe zullen de lonen in de toekomst evolueren? In theorie stijgen de lonen als de productiviteit van arbeid stijgt: hoe meer een werknemer op één uur produceert, hoe hoger zijn loon zou moeten zijn. De productiviteit van arbeid stijgt. Maar de lonen volgen die stijging niet. Dat heeft te maken met andere factoren, zoals de krachtsverhouding tussen werkgevers en werknemers en de beslissing van de regering om de index te blokkeren.

De drie factoren die de waarde van een pensioenpunt gaan bepalen – de overheidsfinanciën, de gemiddelde levensverwachting en de gemiddeld loon – maken ons pensioen onzeker. Twee van de drie factoren zullen in de meeste gevallen een neerwaarts effect hebben (de overheidsfinanciën en de gemiddelde levensverwachting). De derde factor kan effecten hebben in verschillende richtingen, afhankelijk van uw eigen loon en het loon van alle andere werknemers.

De onzekere sociale zekerheid

Het puntensysteem zet niet alleen de hoogte van het wettelijk pensioen onder druk. Het knaagt ook aan de grondslagen van de sociale zekerheid. Vandaag wordt ons pensioen berekend op basis van wat wij tijdens onze beroepsloopbaan verdienen. Elke maand betalen we sociale bijdragen die afgetrokken worden van ons brutoloon. De werkgever betaalt sociale bijdragen die afgetrokken worden van de winst. De sociale bijdragen zijn indirect of uitgesteld loon: het is geld dat de werknemer verdiend heeft en dat niet onmiddellijk uitgekeerd wordt, maar geïnvesteerd in de sociale zekerheid. Hoe hoger onze bijdragen, hoe hoger ons pensioen. Dat is de regel.

Het puntensysteem zet die verhouding tussen loon en pensioen onder druk. Het systeem maakt de hoogte van het pensioen afhankelijk van factoren die niets met het eerdere loon te maken hebben en waar de pensioengerechtigde ook geen enkele vat op heeft: overheidsfinanciën, gemiddelde levensverwachting en loon van alle andere werknemers.

Het pensioen is een onderdeel van onze sociale zekerheid, een stelsel dat ons ‘verzekert’ tegen sociale achteruitgang bij ziekte, ouderdom, werkloosheid… De invoering van het puntensysteem holt die verzekeringsgedachte uit. De sociale zekerheid wordt een verzekeraar die zegt: wij zullen betalen als jouw huis afbrandt, op voorwaarde dat we goed bij kas zitten. Dat is natuurlijk geen zekerheid. Het is een stap richting het ieder-voor-zich-beleid.

Andere keuzes zijn mogelijk en nodig. De meerderheid van de Belgen houdt vast aan een goed wettelijk pensioen. Zes op de tien verkiezen een hoger wettelijk pensioen boven het fiscaal gestimuleerde pensioensparen. België is het derde rijkste land ter wereld. De laatste 15 jaar is onze rijkdom nog maar eens met 40 procent gestegen. Sterkere wettelijke pensioenen zijn dan ook perfect betaalbaar, als we de rijkdom wat eerlijker verdelen.

* opinie Kim De Witte, gepubliceerd op deredactie.be op 06/10/'15

Dossier pensioenen

 

Foto Solidair, Salim Hellalet


Schrijf als eerste een commentaar

Gelieve je mail te bekijken voor een link om je account te activeren.